top of page

Energiedelen in een appartementsgebouw: zo werkt het

Bijgewerkt op: 8 dec. 2022

Door de hoge energieprijzen wordt massaal gezocht naar manieren om de energiefactuur te verlagen. Eén van de mogelijkheden is ‘energiedelen’. Wie zonnepanelen heeft, consumeert een deel van die stroom zelf. In plaats van het overschot te injecteren op het net kan je er ook voor kiezen om het overschot te delen met anderen. In appartementen was het voor eigenaars tot nu toe niet interessant om collectief zonnepanelen te leggen. Die energie kon immers enkel voor gemeenschappelijke delen gebruikt worden, zoals de lift of de verlichting in de gang. Voortaan kan het overschot wel gedeeld worden met de bewoners of eigenaars voor hun eigen gebruik.

Daarnaast kan iedereen ook energiedelen met zichzelf, bijvoorbeeld met een buitenverblijf. Stel dat je thuis zonnepanelen hebt, maar je bent in het weekend in je tweede verblijf aan zee. Dan is er in het weekend thuis geen verbruiker, maar de overtollige stroom kan je dan aan zee gebruiken. Je kan op dezelfde manier die stroom delen of verkopen aan anderen, bijvoorbeeld aan vrienden of familie zonder zonnepanelen.

Vanaf 2023 kunnen verschillende afnemers ook samen een gemeenschap oprichten die investeert in stroomproductie en vervolgens de opgewekte energie verdeelt onder de leden.

Wat zijn de voorwaarden?

Aan energiedelen zijn een aantal voorwaarden verbonden. Zo moeten alle deelnemers onder meer over een digitale meter beschikken, de opgewekte energie moet onmiddellijk geconsumeerd worden en alle partijen moeten dezelfde energieleverancier hebben.

Deze laatste voorwaarde komt vanaf 2023 evenwel te vervallen. Het zal dus niet meer noodzakelijk zijn dat alle partijen dezelfde energieleverancier hebben wat de mogelijkheden van het energiedelen ook makkelijker kan maken in appartementsgebouwen.

VIVO-opleiding met Fluvius

Op zoek naar bijscholing rond dit thema? Dan is de VIVO-opleiding rond energiedelen in een appartementsgebouw op 8 december zeker iets voor jou. We bekijken hoe de procedures in elkaar zitten en wat de mogelijkheden zijn voor een VME.
Bron: Fluvius


8 weergaven
bottom of page