top of page

Wijzigingen aan Vlaams handelsvestigingsbeleid van kracht

Bijgewerkt op: 10 mrt.

Sinds 9 augustus zijn een aantal wijzigingen van kracht rond het Decreet ‘Integraal Handelsvestigingsbeleid’. De Vlaamse regering wil zo meer slagkracht geven aan steden en gemeenten om leegstand in de handelskernen te bestrijden. Die is de afgelopen jaren blijven toenemen, samen met de proliferatie van handelszaken in de stadsrand. Het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid is vooral belangrijk omdat het de vergunningsplicht regelt voor handelszaken.


Handel

Het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid legt een omgevingsvergunning op voor kleinhandelsactiviteiten vanaf een netto handelsoppervlakte van 400m², bij uitbreidingen van meer dan 300m² of meer dan 20% en bij wijzigingen tussen de verschillende categorieën van kleinhandel. De aanpassingen omvatten in grote lijnen:

  • aangepaste definities;

  • opsplitsing van de categorie ‘Andere producten’;

  • wijziging van toepassingsgebied van de vergunningsplicht door enerzijds uitbreiding van de vergunningsplicht voor het opsplitsen van kleinhandelsbedrijven van > 400m² naar kleinere eenheden en anderzijds door het uitsluiten van specifieke kleinhandelsactiviteiten van de vergunningsplicht;

  • verleggen van de handhavingsbevoegdheid naar de lokale besturen.

Omdat de vergunningsprocedure voor kleinhandelsactiviteiten is ingebed in het decreet Omgevingsvergunningen, wordt ook daaraan een kleine wijziging opgenomen. 1. Aanpassing definities Kleinhandelsbedrijf wordt nu gedefinieerd als: ‘een distributie-eenheid waarvan de activiteit volledig of gedeeltelijk bestaat uit het te koop aanbieden of wederverkopen van goederen aan consumenten’. Met de aanpassing van de definitie van een kleinhandelsbedrijf worden ook mengvormen en maakwinkels gevat onder de definitie. Hetzelfde geldt voor afhaalpunten waar de consument enkel binnenkomt om eerder gekochte goederen af te halen. Idem voor winkels waar de consument enkel de producten komt kiezen, maar de levering van de goederen later elders plaatsvindt. De definitie van Handelsgeheel wordt strikter: ‘een geheel van kleinhandelsbedrijven binnen eenzelfde gebouw of in aaneengesloten bebouwing dat als een globaal bouwproject werd vergund, ongeacht of:

  1. de kleinhandelsbedrijven zich op één perceel of op elkaar aansluitende percelen bevinden;

  2. dezelfde persoon de ontwikkelaar, eigenaar of uitbater van de kleinhandelsbedrijven is.’

Om onder het toepassingsgebied te vallen moet het gaan om kleinhandelsbedrijven die zich in één gebouw of in aaneengesloten maar gezamenlijk vergunde bebouwing bevinden. 2. Opsplitsing van de categorieën ‘andere producten’ Artikel 3 van het decreet IHB omvat de categorieën van kleinhandelsactiviteiten. De vierde categorie ‘Andere goederen’ wordt met de wijzigingen onderverdeeld in:

  • vervoers- en transportmiddelen (categorie 4)

  • andere volumineuze goederen (categorie 5)

  • andere niet-volumineuze goederen (categorie 6)

Reden waarom dit belangrijk is? Via stedenbouwkundige verordeningen of ruimtelijke uitvoeringsplannen creëert het decreet de mogelijkheid om kernwinkelgebieden, detailhandelszones en winkelarme gebieden af te bakenen alsook om het winkelaanbod te sturen. Deze sturing kan gebeuren op minimale en maximale winkelvloeroppervlakten voor vier (in het decreet bepaalde) kleinhandelscategorieën. Dat zal nog meer op maat kunnen. Steden en gemeenten kunnen planmatig nog in meer detail aangeven welk type handelszaken zich op een bepaalde locatie kunnen ontwikkelen. In plaats van de volledige categorie ‘Andere producten’ uit te sluiten, kunnen er nu wel mogelijkheden zijn voor zaken uit één of twee van de nieuwe categorieën. De verdere opdeling betekent dus zeker niet altijd een nadeel voor de sector, aldus de Vlaamse regering. De huidige vergunningen blijven geldig en behouden, zolang er niets wijzigt. De vergunningen die nieuw worden aangevraagd voor nieuwe handelsactiviteiten, wijzigingen van categorieën of uitbreidingen zullen in de toekomst meteen de juiste categorie aanvragen. 3. Invoeren van een vergunningsplicht bij het opsplitsen van kleinhandelsbedrijven > 400 m² NVO Het splitsen van handelszaken van > 400m² netto-verkoopoppervlakte in verschillende entiteiten met een kleinere NVO wordt vergunningsplichtig. Dit was vroeger niet zo en daardoor werd volgens de regering de doelstelling van kernversterking ondergraven, nl.:

  1. Kleinere handelszaken die ook in het centrum passen vinden zo goedkope met de auto bereikbare locaties om zich te vestigen;

  2. Hierdoor verkleinen de grote panden die op perifere locaties te vinden zijn (zoals langs steenwegen) waardoor het bestaande vastgoedaanbod voor winkels die een grote oppervlakte nodig hebben slinkt. Dit is dus ook nefast voor het breder ruimtelijk beleid.

De extra vergunningsplicht verhoogt het aantal vergunningen die moeten aangevraagd en behandeld worden. 4. Uitsluiten van specifieke kleinhandelsactiviteiten van de vergunningsplicht Volgende kleinhandelsactiviteiten worden uitgesloten van de vergunningsplicht:

  • Apotheken: vallen onder specifieke vestigingsregels

  • Tankstations en elektrische laadstations: zijn ook onderhevig aan vergunningsplicht ihkv andere regelgeving. De verkoop van andere goederen in een winkel bij het tankstation (of laadpunt) valt wel onder toepassing van de vergunningplicht voor kleinhandelsactiviteiten;

  • Veilinghuizen: verschilt van reguliere kleinhandelsactiviteiten gezien zij niet als verkoper fungeren maar enkel de verkoop tussen verkopers en kopers faciliteren.

5. Handhaving Het wijzigingsdecreet voorziet dat er handhavingsbevoegdheid wordt toegewezen aan de lokale besturen. Gemeentepersoneel van de steden en gemeenten of een intercommunale kunnen als toezichthouder aangewezen worden door het College van Burgemeester en Schepenen.


Bron: cib


Comments